Eversteijn, boksser, herenkapper 1949-1983 - Carel van Hees - Tekst Dirk van Weelden - Ontwerp, beeldmontage, redactie
Stichting Grote Ogen / Post Editions 2011 - ISBN/EAN: 978 94 6083 047 1
Beste sportboek van het jaar / Nico Scheepmakersprijs 2012 / Genomineerd voor de Dutch Doc Award 2012
Rotterdam, 1970, Cor Eversteijn is een herenkapper, gekleed en gekapt als een rock-ster en ook nog eens een bokser met een wervelende stijl en een linkse als een bliksemschicht. Cor Eversteijn was een kampioen in de dancing en een kampioen in de ring.
Dan valt er een schaduw over de jonge vader, het bokstalent, het roekeloze feestbeest en hij verdwaalt in drugs, drank en twijfels. In 1978 slaagt hij erin een legendarische come-back te maken. Hij wordt opnieuw kampioen van Nederland en in 1982 zelfs kampioen bij de profs. Het is onmogelijk niet te houden van deze aanstekelijke vechter, de kwajongen met het levensgrote gat in zijn ziel.

Het moment van de waarheid komt in het voorjaar van 1983. Na een griezelig zware knockout wordt hij verbannen uit de ring. Hij blijft trainen, loopt razendsnelle marathons en wordt parachutespringer. Soms sluit hij zich op om zijn angsten en twijfels met drank het zwijgen op te leggen. Die herfst wordt hem dat fataal, zijn vrienden vinden hem in zijn bed, verdronken. 33 jaar, maar misschien wel geleefd voor twee.
Beste sportboek van het jaar 2012 De jury van de Nico Scheepmaker Beker riep het boek "Eversteijn. Bokser/herenkapper 1949-1983" van Carel van Hees uit tot het beste sportboek van het afgelopen jaar. 'Het is een klassiek verhaal van de rise and fall van een bokser, gegoten in een bijzonder jasje. Een ontroerend boek, een sterk boek, een prachtboek', zo valt te leven in het juryrapport.
Carel van Hees, fotograaf-filmer en vriend van Eversteijn vertelt hier het verhaal van een charismatische Rotterdamse bokser, maar ook over de ongrijpbaarheid van vriendschap en het leven in extremen. Over een tragische held die smeet met zijn krachten en vocht met zijn zwakheden.
Bob de Groot / vriend, bokser — Ik heb Cor z’n vader leren kennen nadat ik Cor had ontmoet in de Van der Werffstraat, in de boksschool van Theo Huizenaar, waar hij zich aan het voorbereiden was op het gevecht om het Nederlands kampioenschap. En in Odeon, waar bokswedstrijden waren, in de Gouvernestraat. Zijn vader stond altijd heel trots in de zaal. Dan kwam hij binnen en ging hij op de achterste rij zitten en dan genoot hij van het feit dat Cor daar in de ring stond. Ik weet dat hij vroeger profbokser is geweest, bantamgewicht. Zijn vader was blij dat Cor het kermisboksen had opgegeven en als amateurbokser zijn sporen verdiende. Cor was enig kind, dus hij was het ‘allessie’ van de familie Eversteijn.
Martin van Dijk / vriend — Zijn vader, Bram, was een stille man die vooral over vroeger praatte, over boksen. Hij was beroepsbokser geweest, zelfs Nederlands kampioen in het bantamgewicht. Maar hij was teleurgesteld in zijn bokscarrière. En zijn moeder zat altijd op die bank. Dat was wel een lief mens, maar een beetje een kind. Lacherig, klein en dik. Soms zei Cor opeens: ‘joh, ik moet even naar huis, want ik voel dat er wat is’. Zijn moeder was suikerziek en die mocht niet snoepen. Ook had ze vanaf Cor’s jeugd de gewoonte aan koperpoets of lapjes wasbenzine te snuiven. Dus dan kwam hij binnen en ging hij gelijk zoeken. Zij zat dan met een schuldig gezicht op de bank. Of er zaten jochies uit de buurt samen met haar moorkoppen te eten. Dan was hij echt pissig. Dan liep hij naar achteren en hoorde ik een hoop herrie.
Loet van Schellebeek / journalist — Tegen Verrips had hij meer stoten genomen dan goed voor hem was. En niettemin bokste hij op 4 december, dat is amper drie weken later, alweer een partij, in Keulen, tegen een hele goede jongen, John Munduga, en die partij verloor hij door technisch knock out in de tweede ronde. Ik vind het achteraf onbegrijpelijk dat de medische commissie na die zware partij van 15 november, die hij dan weliswaar gewonnen had, hem niet een maand op rust heeft gezet. Een startverbod vanwege die zware partij. Aad Westerlaken treft wel enige blaam, als je drie weken daarna alweer zo’n partij aanneemt, in een uitwedstrijd, tegen zo’n goede jongen. Die Oegandees, John Munduga, bokste in Duitsland. Hij had pas vijf partijen gebokst, maar vrijwel allemaal voortijdig gewonnen. Die man is geloof ik ongeslagen gebleven tot juni 1986.
Aad Westerlaken / coach, manager — Ja. dat was een hele zware knock out, ja, ja, ja. Met Cliff Gilpin, dat was misschien iets te hoog gegrepen. Niet qua bokskwaliteiten van beide boksers, maar misschien liet de mentale toestand van Cor het niet echt toe. Ik verwijt mezelf dat wel eens achteraf, dat ik denk, ‘Ja, had ik dat nou wel moeten doen?’ Dat geval Cliff Gillpin, ik weet niet of het een fout van mij is geweest. Misschien was Cor niet in zo’n goede doen als ik dacht. Je kunt elke dag samen trainen maar die training duurt maar een uurtje of twee en van Cor wist je nooit wat hij ging doen. Dus ja, waar lag die fout? Ik weet dat nog steeds niet. Hij heeft hem zwaar verloren. En het was einde carrière.