Via Panam iApp - Migrations in the America's by Kadir van Lohuizen -  Ontwerp, uitvoering, software ontwikkeling en -productie iApp - Paradox 2012/2013
Why do people migrate? Where to and for what reasons? What is the fate of the different indigenous populations in the Americas? In Via PanAm, Kadir van Lohuizen investigates the roots of migration in the Americas, a phenomenon which is as old as humanity but is increasingly portrayed as a new threat to the Western world.
Via PanAm follows Van Lohuizen’s footsteps from the very south of Chile to the very north of Alaska. Travelling almost 40,000 km along the Pan-American Highway and crossing through 15 countries, Van Lohuizen visualized the stories of the communities, regions and societies he encountered. His work reflects a diverse range of migration experiences both historic and contemporary. The photo stories reflect the complexity of migration – the diverse motivations for coming and going, the struggles and successes, the economic, political, social and environmental contexts, as well as the intimate moments and personal stories - some touching upon current issues, some on topics long forgotten but not resolved.
The Via PanAm iPad aplication follows Kadir's footsteps during the trip. In addition to the blog and background texts that are also available on the project website, the app features Van Lohuizen’s extended visual reports containing images, audio and video. A rich and ongoing compilation of stories, the app takes a bold and innovative new-media approach to visual storytelling.
Jan Postma bezocht de tentoonstelling Via Panam in het nederlands Fotomuseum met werk van gerespecteerd fotojournalist Kadir van Lohuizen en dreigde even zwaar teleurgesteld te zijn. Gelukkig pakte hij een iPad van een tafeltje en kwam het toch nog allemaal goed. Zorg er ook voor dat u een eigen exemplaar heeft tegen de tijd dat Van Lohuizen aan zijn volgende project begint.
Ze liggen tegenwoordig in ieder museum wel ergens in een hoekje te wachten om bepoteld te worden door een stel kindervingers: iPads. Zelden vormen ze een waardevolle toevoeging, een beetje achtergrondinformatie is het beste waarop je mag hopen. En wie gaat er nu werkelijk aan zo’n te klein tafeltje naar een schermpje zitten kijken? In dit geval hoop je: iedereen. Wie Van Lohuizens reis niet op de voet heeft gevolgd en hier in het museum met een vluchtige blik op de tentoonstelling de waarde ervan denkt te kunnen inschatten, zou ongetwijfeld de plank mis slaan.

De eerste willekeurige foto op het led-­verlichte-schermpje is direct zo indrukwekkend dat je in het beste geval het voorgaande vergeet, of als je minder geluk hebt: nogal beschaamd denkt aan hoe misplaatst je eerdere ergernis was. Had een afgegraven regenwoud even tevoren nog een zekere vermoeidheid in zich, het zoveelste onheilszwangere beeld in een reeks zo lang dat effect uitgesloten was, daar op dat minuscule scherm lijkt die ene foto plots genoeg om Van Lohuizens hele reis te rechtvaardigen. Dagboekfragmenten worden afgewisseld met verzamelingen foto’s en videobeelden. Opeens is voelbaar hoeveel werk Van Lohuizen heeft verzet: door zijn reis van dag tot dag te bekijken besef je pas goed hoe groot het project is. De mensen die in de installatie de diepgang en uitstraling van natgeregend bordkarton hadden, blijken op precies dezelfde foto en met iets meer context een personage in een kleine maar krachtige scène in een groter verhaal.
Wanneer je van de eerste schrik bent bekomen, en op je gemak voor de derde keer Van Lohuizens reis overdoet, besef je plots dat het verhaal dat hij wil vertellen misschien nog steeds groter is dan hij op wat voor manier dan ook echt recht zou kunnen doen. Maar nu is het niet erg meer. En belangrijker: ondertussen is hij er onbewust wel in geslaagd een tweede migratie haarscherp in beeld te brengen: die van de fotojournalistiek zelf.

De hoogtijdagen van de fotojournalistiek als breed gewaardeerde, inherent waardevolle onderneming, de tijden van bladen als Life, liggen ver achter ons. Grotere gedrukte media publiceren nog maar zelden echt ambitieuze foto-essays. In de tussentijd is ‘documentaire-fotografie’ steeds vaker in musea en boeken terechtgekomen. Soms zeer geslaagd, andere keren minder succesvol. (Het bijbehorende boek Vía PanAm is overigens zeer vakkundig gemaakt.) Maar nu de schermen er steeds beter op toegerust lijken, heeft het er alle schijn van dat de fotojournalistiek een nieuw thuis heeft gevonden.
Het is een migratie van het ene medium naar het andere en Van Lohuizen beproeft zijn geluk met succes in den vreemde. De tentoonstelling is slechts een extraatje, een anachronistisch middel dat wordt ingezet om mensen het project te laten ontdekken. De tentoonstelling zelf is dan weliswaar geen reden om het Fotomuseum te bezoeken, maar als u toch het museum bezoekt – en er is eigenlijk zelden een goede reden om dat niet te doen – kijk dan ook even in de kelder. Vel niet te snel een oordeel en vergeet niet een iPad op te pakken. En zorg er ook voor dat u een eigen exemplaar heeft tegen de tijd dat Van Lohuizen aan zijn volgende project begint.