2km2 - Een film van Carel van Hees - Ontwerp filmposter, promotiemateriaal, dvd verpakking, booklet en menu's - De Aanpak Films, 2008
Het jachtgebied is twee vierkante kilometer stad. Er staan geen hekken om, mensen lopen in en uit. De noordkant van het gebied wordt begrensd door het water van de rivier. Er staan torens van de rechterlijke en de economische macht. Daar vlak achter wonen de nieuwe rijken in terrasflats. De Afrikaanderwijk, even verderop, is gebouwd in de tijd dat arbeiders uit Zeeland en Brabant massaal naar Rotterdam kwamen om in de haven te werken. Nu woont er vooral een andere generatie migranten.
In samenwerking met André van der Hout heeft Carel van Hees hier gedurende het jaar 2007 de zeden en gewoonten van een bijzonder volk in kaart gebracht. Gekeken en geluisterd. Geobserveerd en gerangschikt. Het resultaat is een avondvullende documentaire over het leven in een hedendaagse grote stad. Het beeld gaat veel verder dan het beperkte gebied waar het is vastgelegd. Terwijl het leven zich ververst, kleur en gedaante van de stad zich voortdurend wijzigen, krijgen we langzaam zicht op de constante die er onder zit. Het DNA van Rotterdam.
Als je er midden in staat is alles de stad en de stad is alles. Dat is het bijzondere, maar tegelijk het gevaarlijke van het onderwerp. Teveel indrukken, teveel gebeurtenissen, tegelijk gestapeld, maar vaker nog op een andere, onzichtbare manier geordend. Om Rotterdam klein te krijgen, overzichtelijker te maken voor een waarnemer, laten we een deel buiten beschouwing. In topografisch opzicht het grootste deel. We maken een film over de hele stad door slechts een gedeelte vast te leggen. Maar dat deel is wel het stuk waar het suist, waar zich op dit moment de chemische reactie afspeelt die de aard van de stad over tien of twintig jaar zal bepalen. Het is als zo vaak een breukvlak. De schuivende grens tussen oud en nieuw, met alle bijbehorende fricties. Het is de JanusKop van Zuid, met één gezicht naar het verleden en één naar de toekomst.
Hoe oud bent u? Ik ben eh... vijfentwintig. Vijfentwintig? Ziet jong uit jij, heb jij geen grijze haren? Nee, ik zal eerlijk zeggen, ik ben vijfendertig, maar ik ken goed liegen hoor, want ik ben zesenveertig. Want ik schat mezelf altijd liever jonger. Ik denk jij zevenenveertig, achtenveertig. Ja, je heb gelijk, maar als iemand aan mij vraagt van hoe oud ben je dan zeg ik altijd gelijk vijfendertig. Maar ziet goed uit jij. Ik zeg altijd maar zo, je bent zo oud als je je eigen voelt en ik voel me eige, nou...een jaar of zeventien. Als jij voelt je goed, er is niets belangrijkers. Jaah, als je maar in je hoofd goed ben. En geestelijk alles goed, de rest is niet belangrijk. Ja zeker, want die IQ meter, die was bij mij honderdveertig en dat hebtie twee keer opgemeten, die vent, die psychiater. Ik weet niet wat het inhoud, honderdveertig. En toen hebtie me leren rekenen tot in de quocenten.
Heb jij hoofdpijn van mijn praten met jou? Nee, nee, nee! Ik krijg van praten geen hoofdpijn hoor. Want praten, dat gaat me niet slecht af. Dat komt, ik ken heel veel mensen. Verschrikkelijk veel mensen. En met die moet je zò praten en met die moet je zò praten. Met die ken je GVD zeggen en met die moet je ‘ja meneer, nee meneer’ zeggen. En met een andere zeggen ze ‘wat een P-weer, wat een fuck weer’, en bij die ander zeg je ‘slecht weer meneer’, weet je wel? Zo werkt het.
Als kind zijnde ben ik opgegroeid in de St. Mariastraat bij de Kruiskade. Ik heb nog een vak geleerd. Ik ben autospuiter en plaatwerker geworden en heb bij Pieterse gewerkt. De jeugd heb er weinig zin in om een goed vak te leren vandaag aan de dag. Want dat leg op bed. En we hadden er met z’n allen nog een keer iets van kunnen maken en het was allemaal gezellig en prettig. Nu heb je al buren die kennen mekaar niet meer luchten of zien en Katendrecht is toch niet meer wat het is geweest. Want vroeger was het zo van ‘ha Jan, hoe is het met jou?’ Nu heb je allemaal vreemde mensen. Ze noemen het een achterbuurtwijk, maar er staan allemaal huizen van vijfhonderdduizend euro dus hoe komen ze d’r op dat het een achterstandswijk is? Met hele dure auto’s? De mensen rijden je voorbij, die willen je niet zien. Want die zijn niet geboren op Katendrecht. Die komen van buitenaf en die weten niet wat er op Katendrecht is geweest.
De wereld leg ten onder aan de economie, economie, economie. We gaan ten onder aan de economie. Meer weet ik niet. Ik ken weg?