Report Rotterdam - Freek van Arkel - Tekst: Dirk van weelden - Vormgeving, samenstelling en redactie: Yvo Zijlstra / Antenna-Men 
Hard cover - 368 pagina's full colour - formaat 300 x 225 mm - ISBN: 978-90-819932-0-3 
ER ZWEVEN ZEVEN LICHTEN HOOG IN HET DONKER
De mist heeft de palen, gebouwen of schoorstenen waarop ze bevestigd zijn laten verdwijnen en daardoor is het alsof de lichten trillen of bewegen als je er lang naar kijkt. Lichten kondigen scheepsrompen aan, die opeens uit het halfduister opdoemen. Groter, donkerder dan je verwachtte. In de nacht draagt geluid nog verder over het water en over de lege wegen, zodat je uit de verre verte kranen en kettingen hoort; en even weet je zeker dat hier geen mensen aan te pas komen, maar dat daar spoken of robots aan het werk zijn. Tot er een busje sjorders voorbij komt die met slaperige gezichten naar een terminal onderweg zijn. Unheimisch, dat is de haven al snel.
Freek van Arkel heeft er een goed oog voor: mannen die even ophouden met werken en niets anders doen dan de verlorenheid en nietigheid van hun lichaam bewonen in de omgeving die niet op mensen berekend lijkt. Niet dat ze bang zijn, ze staan hun mannetje, maar ze zijn wel op hun hoede. Varen op zee en werken in de haven is geen picknick in het park. Ik vraag me af hoeveel amuletten, talismannen, flesjes heilig water, opgerolde papiertjes met spreuken, beschermende tatoeages, konijnenbotjes en gelukbrengende beeldjes er in de haven te vinden zijn. Het is in een warme huiskamer en vanachter een goed geordend bureau niet moeilijk om de wereld redelijk en gerust te bekijken. Maar als je met je maat op de bodem van een olie-opslagtank staat, of een blik wisselt met je collega terwijl het vletje meters op en neer vliegt langs de wand van een mammoettanker terwijl windkracht 8 je de regen in het gezicht slingert, dan deel je een vermoeden dat een extreme omgeving als de haven niet met redelijkheid te beheersen valt. Je kunt een helm en veiligheidsschoenen aan doen, een fluorescerend hesje dragen en je strikt houden aan alle voorschriften en regels en toch verongelukken. Een kleine vergissing, een klein beetje pech kunnen in de haven enorme gevolgen hebben.
Ernst, de verkeersleider trok er een sereen gezicht bij. Hij zei: ‘Iemand moet vooruit denken, en rekening houden met het slechtst denkbare scenario. Ik zie hier een tanker aankomen, een bocht verderop is een brug waaraan gewerkt wordt, de doorgang is beperkt, dan twee jachten die nogal hard die bocht invaren en een heel trage duwbak-combinatie met erts tussenin. Die tanker is een varende bom, en geladen met zwaar giftig spul. Ik ben er om te voorkomen dat er een kans ontstaat dat die schipper verrast wordt, een ander in paniek raakt en er een ramp gebeurt.  En zo moet je hier zitten, heel rustig, maar constant alert op de risico’s en gevaren. Het zekere voor het onzekere nemen. En op tijd en met gezag ingrijpen.’
Het uniform dat hij droeg, het gesteven dienstoverhemd met zwarte das gaf al aan dat hij er niet zomaar zat om zijn brood te verdienen, maar namens ons allemaal, namens de mensen die om de haven heen wonen, namens de families van de mensen die op de schepen en in de haven werken. Dankzij zijn schermen en marifoon, zijn opleiding en ervaring kan hij veel boze geesten verdrijven die boven de haven zweven en loeren op een kans. Maar niet alle.
Bij de ingang van de schroothandel staat een hoge gele poort. Daar moeten de arriverende vrachtwagen stapvoets doorheen rijden, voordat ze gelost mogen worden. De poort is een hele grote Geigerteller die bij bepaalde waardes alarm slaat. In dat geval wordt de wagen terug gereden naar de parkeerplaats voor de werf en verschijnt Johan. Hij is een opgewekte twintiger, die anderhalf jaar lang een cursus stralingsleer heeft gedaan en nu tast hij met een lange stok waaraan een sensor zit de wanden van de vrachtwagen af. Als hij een piekwaarde vindt zet hij een kruisje met een viltstift en probeert er met een ander meetapparaat, dat op een waterpistool lijkt, achter te komen om welke radio-actieve stoffen het precies gaat.
‘Bijna nooit gaat het om spul dat door mensen radio-actief gemaakt is, uit centrales, bedoel ik. Meestal is het natuurlijke radioactiviteit, die in sommige metalen zit, of die zich er heeft opgehoopt, bijvoorbeeld in een pomp in een fosformijn; die is na twintig jaar door al dat passerende spul radio-actief geworden. Zoiets moeten we eruit vissen. Mag niet verwerkt worden.’Hij ziet aan mijn gezicht dat ik bezorgd ben en een stapje verder van de wagen vandaan wil gaan staan. Hij lacht en richt zijn geigerteller op het asfalt.
‘Hier, dit asfalt is gemaakt met steenslag uit Noorwegen. Het is even radio-actief als het meeste metaal in deze wagen. Heel licht dus. Je kunt er jarenlang bovenop slapen en niets mankeren.’
De verantwoordelijken doen er alles aan om ons te beschermen en de regels die vergif, straling en explosies moeten beheersen worden strenger en beter gehandhaafd dan ooit, en toch is en blijft de haven een rokende, dampende, smeulende verzameling van levensgevaarlijk goed.  Daaraan herinneren ons de spookachtige wolken, de naargeestig glimmende pijpconstructies in de regen, onze tranende ogen bij het bezoek aan een kolen-carrier, ons gehoest bij het bezichtigen van de silo’s en Johan, die in een wit pak met handschoenen, stofmasker en veiligheidsbril de radio-actieve afvoerpijp van de berg uitgestort schroot haalt.
Er zullen mensen zijn die Freeks foto’s van het havenlandschap met de helverlichte fabrieken, het woud aan kranen en de stad aan olietanks, een beeld van de hel op aarde vinden. Maar je kunt deze foto’s beter vergelijken met natuurfoto’s:  sta je echt stil bij wat je hoort, ruikt en ziet, en word je door de foto’s uit je gedachtenloze of bevooroordeelde waarneming gelokt, dan zie je de sprookjesachtige kant van de haven, die grote wreedheid aan schoonheid paart. De haven mag door mensen zijn bedacht en gebouwd, er gebeurt daar ook iets dat ons allang boven het hoofd is gegroeid. Het is een prachtig en gevaarlijk industrieel oerwoud.

Dirk van Weelden (tekst hoofdstuk 5)
Boek bestellen: www.f2publishing.com